Storyboards

Nu ik terugkijk op mijn leven als viltmaker zie ik hoe ik in de 70er jaren op eigen houtje begon te onderzoeken welke kenmerken textiele vezels bezitten en wat ik met die vezels zou kunnen doen.

WOL was waar ik op uit kwam, omdat wol zich vanwege de weerhaakjes met andere kan verbinden: VILT.

Ik begon te experimenteren en ben er over gaan schrijven. In de loop der tijd kreeg ik de kans ‘viltmeesters’ te ontmoeten en om zelf workshops te geven in binnen-en buitenland.

De helende werking van vilt maken kwam steeds meer op de voorgrond te staan. Ik deed een studie in expressieve kunsttherapie met ‘community art’ in de hoofdrol. Deze 10 ‘storyboards’ zijn collages van herinneringen aan hoogtepunten, historisch maar niet volledig. Ze zijn gemaakt ter gelegenheid van het 35-jarig bestaan van de ViltKontaktGroep.

1982.
Voortvloeiend uit mijn spin- en verfcursussen (sinds 1976) en de groeiende interesse naar lessen in vilt, ontstaat als vanzelf de Haarlemse Viltwerkplaats (-1997). Behalve lessen in oude vilttechnieken die ik onderzocht had, experimenteren we daar met nieuwe materialen en methoden zoals gelaagdheid, of wol zo dun mogelijk leggen met diverse wolsoorten, zijdepapier enzovoort. Proeflappen leiden tot ontdekkingen.

We ontwikkelen ook een manier om samen iets te vilten dat te groot is om alleen te doen. Degene die een wens heeft, maakt het ontwerp en wordt door anderen geholpen. We lunchen ook samen op de dag van het samen vilten en evalueren het proces. In de loop van de jaren bouwen we een schat aan ervaring op.

We krijgen veel aandacht in tijdschriften en geven demonstraties.

1984.
Istvan Vidak, de onvermoeibare herontdekker en onderzoeker van vilt in Europa en Eurazië, bezocht sinds de 70er jaren een paar jaar kunstenaars en wetenschappers op dit gebied. Hij nodigde ze uit om samen te komen in Keckskemet (Hongarije) voor een internationaal symposium, mede ter ere van de te vroeg overleden Veronika Gervers-Molnar. (Zij schreef een boek over de Hongaarse herdersmantel, de szür.)

In Keckskemet ontstond een verrijkende uitwisseling van kennis en ervaring en er was een expositie van yurts. Later werd een tocht naar de Puszta georganiseerd. Met name de film van Prof. David Zsizsisvili over de manier waarop vrouwen in de bergen van Georgië samen vilten inspireerde mij voor altijd. Op het symposium werd ook door Beth Beede, Mary Burkett en mijzelf besloten om een ‘Internationale Felt Association’ op te richten in Engeland. Ik zou nog een aantal reizen naar Georgië gaan maken.

1986.
De eerste van vier ‘Internationale Vilt Zomerscholen’ op de Puszta met Mari Nagy en Istvan Vidak. Voorwaarde tot deelneming was dat ieder zijn/haar kennis op het gebied van vilt zou delen. Er was dus geen concurrentie of copy-right. Het bleek een reeks van onvergetelijke levenservaringen te worden. Een komen en gaan van meesters en leerlingen op het gebied van vilt, architectuur, historie, kunst, ambacht en sjamanisme. Er ontstonden vriendschappen en werk-verbanden, zoals  bij de ‘puszta-girls’, die wereldwijd hun verworvenheden bleven verspreiden door middel van workshops, lezingen en projecten. Tijdens die eerste zomer maakte ik met deelnemers bloemen van zijdepapier die op een witte ondergrond werden gevilt.

Op de achterkant schreven we met zijdelont: ‘Felt the World Together’.

1990.
Vanwege de groeiende internationale belangstelling voor het materiaal vilt, organiseerden Lene Nielsen en Annette Damgaard een Internationaal Viltsymposium in Aarhus, Denemarken. Ze zien het als een uitbreiding van de symposia in Hongarije, waar het contact tussen ethnografen, archeologen en kunstenaars kon worden gelegd. Het programma bood tentoonstellingen, lezingen, film en video betreffende prehistorisch en etnografisch vilt, vilt als kunst en ambacht ten industrieel vilt. Zij vroegen mij om iets dergelijks als ‘Felt the World Together’ te doen. Omdat de tijd daarvoor te beperkt was, maakte ik met de leden van mijn viltwerkplaats een kleurig voorvilt, waaruit we de letters “A peace of felt makes the world into a home” knipten. Tijdens het symposium ‘speelden’ we verder met de letters op de achterkant en rolden het tapijt. In 1991 richtten Corrie Balk en Marion Jacobs het ‘Landelijk Vilt Contact’ op. Zie hier ook de foto van het “Heartfelt” tapijt voor Mari Nagy en Istvan Vidak waar de viltmakers werkten met tekst maar ieder voor zich een letter ontwierp. De ladder was gevuld met ingezonden harten van over de hele wereld.

1992.
‘Community-Art avant la lettre’. Zo zie ik de familie Ata en Ogülsirin Gurbangulief uit Ashabad waar ik logeer en privéles krijg. Ogülsirin toont met haar 3 dochters aan hoe vilt van jongsafaan mens en materie letterlijk en figuurlijk verbindt: moeder legt de basisvorm, het diagonale frame van het tapijt, de oudste dochter legt samen met haar het motief, de tweede dochter vult de dubbele lijnen in met stippen en de jongste trekt pasklare lontjes over de wolkam. Ata en zoon Ilias reizen met mij en mijn tolk Helena en reisgenoot Karim door de woestijn naar Uzbekistan. Zonder tomtom vinden zij de weg door een zee van zandduinen.

1994.
Vilt. Van nomadentent tot kantooroase‘. Zo was de titel van het ‘Internationale Vilt Symposium’ dat in het Nederlands Textielmuseum Tilburg werd gehouden. Jette Clover was een gedreven curator, die geen moeite bespaarde om het programma van vorige symposia te evenaren. Vilt had in de tussenliggende jaren meer belangstelling op een steeds breder gebied gekregen. Ook hier was het programma gevuld met lezingen, excursies en workshops. Er was een tentoonstelling van vilt als moderne kunst en in een grote ruimte werd het plantaardig verven van wol en het maken van vilt gedemonstreerd. Een speciale attractie vormde een heuse yurt waarin het publiek kon ervaren hoe het was om in een huis van vilt te leven.

Mary Burkett was eregast en werd omringt door viltmakers van het eerste uur. Zij benadrukt in haar lezing hoe vilt zich als archeologische erfenis en volkskunst een lange weg heeft gebaand naar een nieuwe kunstvorm. Met name noemt ze Jozef Beuys, de kunstenaar die zijn leven dankte aan nomaden die hem na een vliegtuigcrash wikkelden in vet en vilt. Daarna was vilt niet meer weg te denken uit zijn werk.

Hierna werden meerdere internationale symposia gegeven zoals in Zwitserland, Finland, Noorwegen en Georgië. De Landelijke Vilt Contactgroep leverde jarenlang een bijdrage aan de ‘Georgian Textile Group’ onder leiding van Nino Kipshidze.

2000.
Tijdens het ‘Festival of Felt’ in Cumbria (Engeland) wordt het ‘Internationaal Project Mille Fleurs’, voor Mary Burkett de grote ‘viltmoeder’ uitgevoerd. Haar boek/catalogus “The Art of the Feltmaker”(1979) is een must voor iedere viltmaker die zich interesseert voor haar verhaal. Over hoe zij in 1962 het vilt in Perzië ontdekte en gedurende 17 jaar een collectie vilt uit heel Eurazië verzamelde en beschreef. De reizende tentoonstelling daarvan bleek een openbaring. Het begin van een nieuw tijdperk in vilt. Over de golf van interesse die hierop volgde zei ze: ‘The sky is the limit’.  Het kleed is na de dood van Mary terechtgekomen in de collectie van een privé-verzamelaar. Het ‘Mille Fleurs’ tapijt staat als geheel beschreven in mijn thesis “The Felt Sense” als een vorm van community art en is te downloaden van mijn website.